Aan het einde van de achttiende eeuw, de eeuw waarin Roermond als hoofdstad van het hertogdom Gelderland behoorde tot de Oostenrijkse (Zuidelijke) Nederlanden, ontstonden in de stad in de geest van de Verlichting sociëteiten. Dat waren gezelschappen die bijeenkwamen om informatie en kennis uit te wisselen, kranten en boeken te lezen en te discussiëren, ongetwijfeld ook toen al onder het genot van een goed glas wijn.
De eerste Roermondse sociëteit werd op 18 januari 1784 opgericht in het café van vader Jean Pierre en zoon François Tronquet op de hoek van het Munsterplein en de Steenweg. Er staat immers in het dagboek van Jacob Geradts, bestuurder en ook burgemeester van onze stad aan het einde van de achttiende eeuw: ‘Op de achttiende januari 1784 is er alhier een sociëteit opgericht bij de heer Tronquet in diens koffiehuis in de voormalige kapel/het gasthuis Sint-Joris alwaar voor de eerste maal aanwezig waren 36 van de voornaamsten van deze stad’. Deze sociëteit kreeg al gauw de naam ‘Eerste Sociëteit’.
foto
Het archief van deze Jacob Geradts leverde ook een lofdicht uit 1787 op met de titel: Lof Digt op de instelling der vergaederingen onder den naem van societeit. Het is een lofdicht op de Verlichting die beleefd wordt in de vorm van sociëteiten. Maar het is ook een lofdicht op de achttiende eeuw als verlichte eeuw zoals blijkt uit deze regels:
Waer op men in onz’ Eeuw zig, zonder waen beroemd;
Dat zy word, met goet recht, verlichte Eeuw genoemd.
Het gedicht is opgedragen aan de sociëteit ‘Opgeregt in den Koning van Vrankryk’. Dat was de horecagelegenheid van Jean Pierre Tronquet, een Fransman uit Soissons die in 1771 in Roermond was komen wonen.
Deze Eerste Sociëteit speelde in dat jaar 1787 ook een belangrijke rol bij de inhuldiging van de Leuvense Primus van dat jaar, de student die aan de Universiteit van Leuven de beste wetenschappelijke prestatie had geleverd. Bij een groot diner dat op 13 september 1787 aan deze Primus, genaamd Gysbertus Joannes Alexander van der Vrecken, door de Eerste Sociëteit werd aangeboden, ontving hij van de sociëteitsleden een fraai gedicht met de titel ‘Zegezang’.
Aan het einde van het jaar 1789 vond in Roermond een conservatieve revolutie plaats, onderdeel van de Brabantse Omwenteling die toen in de Zuidelijke Nederlanden plaatsvond. De opstandelingen, met de bijnaam ‘Pruimen’, verzetten zich tegen het verlichte Oostenrijkse regime van keizer Jozef II. Diens aanhangers hadden de bijnaam ‘Vijgen’. Na het verloop van deze revolutie eind 1790 en de terugkeer van de Oostenrijkers werd de nieuwe landsvorst Leopold II op 22 september 1791 in Roermond als hertog van Gelderland ingehuldigd. Het gebouw van de Eerste Sociëteit was feestelijk versierd en bevatte onder andere een grote vijgenboom met tal van vijgen en de woorden: ‘Fructus Ficus grati sunt. Les figues sont agreables’. De leden van de Eerste Sociëteit, die toen ook de naam had ‘Societyt by Troncket’, waren dus enthousiaste aanhangers van de Oostenrijkers en de Verlichting en noemden zichzelf graag ‘Vijgen’.
Ten gevolge van de vele regimewisselingen die Roermond in de jaren nadien meegemaakt heeft, is het spoor van het sociëteitsleven tot omstreeks 1801 moeilijk te volgen. Maar op basis van spaarzame gegevens kan geconcludeerd worden dat ondanks onderdrukking en verboden de geest van de Verlichting niet te doven was. Sociëteiten bleven aanwezig, soms openlijk als politiek georiënteerde groepering, soms in de illegaliteit.
foto Een van de gevolgen van de verzoening die Napoleon als eerste consul in 1801 met de katholieke kerk en de onderworpen volkeren tot stand bracht, was dat in Roermond sociëteiten weer openlijk konden bestaan. Op 7 augustus 1801 vroeg François Tronquet, zoon van de genoemde Jean Pierre, daartoe toestemming. Van de oorspronkelijke leden uit 1784 waren er toen weer velen aanwezig. Op 1 december 1804, daags voor de keizerkroning van Napoleon, werd deze sociëteit na enige kortdurende onenigheid met het Franse gezag heropgericht. Het gezelschap dat toen de naam droeg ‘Chez Tronquet’, kreeg ook de naam ‘Grande Société’ en nog later onder Nederlands gezag de huidige naam ‘Groote Sociëteit’. Deze sociëteit heeft ruim twee eeuwen ononderbroken aan burgers van Roermond gelegenheid gegeven tot het in 1898 opnieuw omschreven doel: 'het lezen van kranten en boeken en tot beschaafde, gezellige omgang en daarmede in overeenstemming zijnde uitspanningen'.
In de negentiende eeuw was de Groote Sociëteit vaak een middelpunt van heftige politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. De gedwongen terugkeer vanuit een Belgisch staatsverband naar Nederland in 1839, de separatistische woelingen in de jaren veertig van die eeuw, de strijd tussen liberaal en klerikaal-katholiek Roermond – met op de achtergrond de scheiding van Kerk en Staat en de schoolstrijd – en ook de Roermondse Archiefkwestie waren conflicten waarbij de Groote Sociëteit een broeinest van politieke beïnvloeding was. Van de verschillende sociëteiten die Roermond vooral in de negentiende eeuw gekend heeft, heeft alleen de Groote Sociëteit kunnen overleven. Wel heeft de komst van grootwinkelbedrijven in Roermond rond 1970 geleid tot onteigening en sloop van haar monumentale sociëteitspand aan het Munsterplein. foto
In de twintigste eeuw is langzaam maar zeker het politieke karakter van de Groote Sociëteit verdwenen. Wat is gebleven, is een liberale geest waarbij ieder lid in de beslotenheid van de sociëteit in vrijheid zijn ideeën kan uiten. Daarnaast is er het genot van een samenzijn in goed gezelschap waar regelmatig gezamenlijk genoten wordt van goede wijn en een exclusief maal. In 2004 is het 200-jarig jubileum van de heroprichting in 1804 gevierd. Nu definitieve duidelijkheid is verkregen over de oprichting in 1784, zullen toekomstige lustra en jubilea uitgaande van dat jaar gevierd worden.
foto Bij de lustrumviering in 2014 is de leus gehanteerd ‘Leve de Vijgen, weg met de Pruimen’. Een bijzonder aspect daarbij is dat de Groote Sociëteit momenteel gevestigd is in het monumentale pand Kraanpoort 1. Het droeg in een verder verleden de naam ‘De Waag’ en was de vestiging was van de schippers- en huurvaardersgaffel van de Sint-Nicolaes-broederschap. Vrijwel ernaast ligt het woonhuis Kraanpoort 7, destijds met de naam ‘In den Hemel’. Dat was tijdens de revolutie van 1789-1790 de woning van de opstandige burgemeester van Roermond Jean Baptist Sijben, leider van de Pruimen.
Momenteel telt de sociëteit rond 85 gewone en buitengewone leden. Het lidmaatschap is slechts mogelijk op basis van interne voordracht en na ballotage.

Over de Groote Sociëteit in Roermond verschenen de volgende publicaties in het historisch jaarboek Spiegel van Roermond:
Editie 2002, pagina 20-32: ‘Sociëteiten in oorlogstijd’.
Editie 2005, pagina 10-51: ‘Bij een tweehonderdjarig jubileum 1804-2004. De Groote Sociëteit en de Sociëteit Concordia in Roermond’.
Editie 2015, pagina 76-91: ‘Een Roermonds Lofdicht uit 1787 op de Verlichting. De opkomst van sociëteiten in Roermond’.